Huur je weleens een zzp'er in voor een project? Dan verandert er dit jaar iets dat je niet kunt negeren. De Wet VBAR (Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden) moet naar verwachting op 1 juli 2026 ingaan, zonder overgangsrecht. Dat betekent dat de regels vanaf die datum meteen gelden, ook voor lopende contracten. En de Belastingdienst wacht niet tot dan: sinds 1 januari 2026 wordt er al actief gehandhaafd op schijnzelfstandigheid, met boetes en naheffingen voor zowel opdrachtgever als opdrachtnemer.
Wat de Wet VBAR precies verandert
Tot nu toe beoordeelde de Belastingdienst per geval of iemand echt zelfstandig werkte of eigenlijk als werknemer functioneerde. Die beoordeling bleef vaag en leidde tot veel discussie. De Wet VBAR maakt de criteria concreter en voegt een belangrijk nieuw element toe: een rechtsvermoeden van werknemerschap. Dat vermoeden grijpt in bij een specifiek uurtarief, en dat raakt precies de zzp'ers die veel MKB-bedrijven inhuren voor administratief, creatief of ondersteunend werk.
Het rechtsvermoeden bij 36 euro per uur
Werkt een zzp'er voor jouw bedrijf tegen een uurtarief van 36 euro of minder (exclusief btw), dan geldt het wettelijke vermoeden dat er sprake is van een arbeidsovereenkomst. Niet de zzp'er, maar jij als opdrachtgever moet dan aantonen dat dit niet zo is. Dat is een omkering die veel werkgevers onderschatten. Zit je nu structureel onder die grens met een freelancer die al maanden of jaren voor je werkt, dan loop je een reëel risico. Bij een negatieve beoordeling volgen naheffingen loonheffing en mogelijk pensioenpremies met terugwerkende kracht, wat voor een klein bedrijf al snel duizenden euro's kan schelen.
Waarom aansturing de kern van de beoordeling is
Los van het tarief kijkt de Belastingdienst vooral naar gezag: bepaal jij als opdrachtgever wanneer, waar en hoe het werk gebeurt, dan wijst dat richting een arbeidsrelatie in plaats van zelfstandig ondernemerschap. Een zzp'er die op vaste kantoortijden werkt, jouw systemen gebruikt, structureel deel uitmaakt van het team en geen eigen klanten of prijsstelling heeft, voldoet aan meerdere kenmerken van een werknemer. Werkt iemand juist met eigen materiaal, eigen planning en meerdere opdrachtgevers tegelijk, dan staat de zelfstandigheid steviger.
Dit thema speelt niet op zichzelf. Ook bij de voorbereiding op de Cyberbeveiligingswet geldt 1 juli 2026 als harde datum, en steeds meer bedrijven ontdekken dat compliance-deadlines dit jaar samenkomen. Wie personeelskosten wil beheersen, kijkt vaak ook naar alternatieven zoals payroll uitbesteden, maar let op: ook payrollkrachten vallen onder eigen regels rond arbeidsrelaties.
Wat een negatieve beoordeling in de praktijk betekent
Stel dat de Belastingdienst een van je freelancers alsnog als werknemer aanmerkt. Dan moet je met terugwerkende kracht loonheffing afdragen, inclusief eventuele boetes. De zzp'er zelf kan de zelfstandigenaftrek en andere ondernemersvoordelen kwijtraken over die periode, wat de relatie met je opdrachtnemer flink onder druk zet. Daarnaast gelden voor werknemers ineens ook verplichtingen die je als opdrachtgever van een zzp'er niet had, zoals loondoorbetaling bij ziekte en de zorgplicht rond arbeidsomstandigheden. Wie personeel in dienst heeft, moet daarbij ook kijken naar zaken als wanneer een arboarts verplicht is, iets wat voor zzp'ers meestal niet speelt maar voor werknemers wel.
Zo bereid je je bedrijf nu al voor
Wacht niet tot 1 juli. Loop je huidige zzp-contracten na en let op drie dingen: het uurtarief ten opzichte van de grens van 36 euro, de mate van aansturing die je uitoefent, en of de zzp'er ook voor andere opdrachtgevers werkt. Werk je structureel met freelancers onder die grens en stuur je hun werk sterk aan, overweeg dan of een tijdelijk dienstverband, een uitzendconstructie of een hoger tarief beter past bij de nieuwe realiteit. Leg per opdracht ook vast waarom iemand als zelfstandige kwalificeert, zodat je die onderbouwing klaar hebt liggen als de Belastingdienst langskomt.
Voor de exacte wetstekst en de laatste stand van zaken in de Tweede en Eerste Kamer is de toelichting van de Rijksoverheid een goed startpunt. Praat er ook over met je boekhouder of jurist voordat je contracten aanpast, want de precieze uitwerking van de wet kan tot 1 juli nog schuiven.