De banken staan weer open voor het mkb. Na jaren van terughoudendheid zetten grote Nederlandse banken hun kredietloket weer vaker open voor kleine en middelgrote bedrijven. Je zou verwachten dat ondernemers massaal aankloppen voor een lening om te investeren. Het tegendeel gebeurt. Uit fris onderzoek van accountantsorganisatie SRA blijkt dat mkb'ers hun investeringen juist uitstellen en liever geld opzij zetten dan lenen.
Dat is een opvallende ontwikkeling, en eentje die veel zegt over hoe ondernemers op dit moment naar de toekomst kijken. Hier lees je wat er precies speelt, welke cijfers erachter zitten en wat het voor jouw bedrijf betekent.
Wat het SRA-onderzoek laat zien
SRA, de brancheorganisatie van 386 zelfstandige accountantskantoren die samen zo'n 65 procent van het Nederlandse mkb bedienen, analyseerde voor het jaarlijkse Branches in Zicht-onderzoek de jaarrekeningen van 7.061 mkb-bedrijven over 2025. De conclusie is duidelijk: bedrijven bouwen liever een buffer op dan dat ze investeren.
De omzet van het mkb steeg vorig jaar met 6,4 procent, maar dat kwam grotendeels door inflatie. De winststijging bleef steken op 3,4 procent, en de helft van alle ondernemingen zag de winst zelfs dalen. Bijna een kwart van die groep had te maken met een winstdaling van 50 procent of meer. In de vier grote steden lag dat percentage nog hoger: 55 procent van de bedrijven zag de winst teruglopen, vooral in de bouw en de horeca.
SRA-bestuurslid Pieter van der Kwaak noemt de stilstand in investeringen zorgwekkend. Ondernemers hebben minder geleend om te investeren en kiezen er in plaats daarvan voor om eigen vermogen en liquide middelen te vergroten. Financiële zekerheid gaat op dit moment dus boven groei.
Niet elke sector staat er hetzelfde voor. De industrie groeide vorig jaar juist door, terwijl de bouw en de horeca de grootste klappen kregen. Dat verschil is belangrijk: het beeld van "het mkb dat op de rem trapt" is dus geen landelijk fenomeen, maar hangt sterk af van in welke branche je zit en hoe gevoelig die is voor stijgende kosten. Een aannemer die te maken heeft met dure materialen en een terugvallende woningmarkt kijkt anders naar een investering dan een maakbedrijf dat juist profiteert van reshoring.
Waarom ondernemers hun geld liever vasthouden
Die voorzichtigheid komt niet uit de lucht vallen. Cijfers van het CBS bevestigen het beeld: van de ondernemers die meer economische onzekerheid ervaren, stelde 22 procent investeringen uit of schroefde ze terug, terwijl 23 procent koos voor het opbouwen van financiële buffers en strakker liquiditeitsbeheer.
Van der Kwaak wijst op een stapeling van factoren: hogere personeels- en inkoopkosten, wisselend overheidsbeleid, personeelskrapte, netcongestie en de vraag hoeveel je als bedrijf eigenlijk moet investeren in AI en digitalisering. Wie je dit jaar ook spreekt in het mkb, dezelfde zorgen komen terug. De marges staan onder druk en niemand wil zich in de schulden steken zolang niet duidelijk is hoe de kosten zich verder ontwikkelen.
Dat is ook waarom veel ondernemers eerst kijken naar wat ze zelf kunnen besparen voordat ze een lening overwegen. Kosten terugbrengen door bijvoorbeeld payroll uit te besteden levert direct meer financiële ruimte op, zonder dat je daarvoor bij de bank hoeft aan te kloppen.
De kredietmarkt draait weer, maar de vraag blijft achter
Het bijzondere is dat de aanbodkant juist verbetert. Banken zetten hun kredietloket weer vaker open, mede dankzij het Nationaal Convenant Mkb-Financiering, waarin banken, de Nederlandsche Bank, het ministerie van Economische Zaken en Stichting MKB Financiering samen werken aan een toegankelijker financieringslandschap. Ook groeit de alternatieve financiering hard: de kredietverlening via Nederlandse fintechplatforms steeg in 2024 met 0,9 miljard euro tot 4,4 miljard euro, een stijging van 27 procent.
Er is dus meer keuze dan ooit tussen een traditionele zakelijke lening, fintechfinanciering en investeerders. Toch benut het mkb dat aanbod nauwelijks. Dat is precies het contrast dat opvalt in de cijfers van dit jaar: de deur staat open, maar bedrijven lopen er niet doorheen.
Het ondernemersvertrouwen laat diezelfde onzekerheid zien. Volgens het CBS daalde het ondernemersvertrouwen in het tweede kwartaal van 2026 naar het laagste niveau sinds eind 2022, om in het derde kwartaal weer flink te herstellen. Die schommelingen maken het voor veel ondernemers lastig om verder dan een paar maanden vooruit te plannen, laat staan een investering met terugverdientijd van jaren te durven maken.
Wat dit betekent voor jouw bedrijf
Als je twijfelt of je nu moet investeren of moet wachten, zit je in goed gezelschap. De cijfers laten zien dat een groot deel van het mkb hetzelfde dilemma heeft en voorlopig kiest voor zekerheid. Dat is geen gek besluit, zeker niet in een sector met dalende marges zoals de bouw of de horeca.
Maar buffers opbouwen is geen strategie op zichzelf. Wie nu structureel achterblijft in investeringen, loopt het risico om over een paar jaar minder efficiënt te draaien dan concurrenten die wel doorpakten. Kijk daarom kritisch naar waar je geld nu blijft hangen. Kun je kosten slimmer automatiseren, bijvoorbeeld in de boekhouding, dan houd je marge over zonder dat je een grote lening hoeft aan te gaan. En als je wel financiering overweegt, is dit juist een goed moment: de rente-onderhandelingspositie van het mkb is beter dan een paar jaar geleden, simpelweg omdat banken weer klanten willen.
Het slimste is om niet in extremen te denken. Je hoeft niet meteen een grote lening af te sluiten zodra de bank weer belt, maar je hoeft ook niet elke investering uit te stellen tot de onzekerheid volledig weg is, want dan wacht je waarschijnlijk nog jaren. Begin klein: reken uit welke investering zich binnen een jaar terugverdient, financier die eventueel met een deel eigen geld en een deel krediet, en bouw daarnaast gewoon je buffer verder op. Zo speel je niet alles op één kaart en houd je ruimte om te bewegen zodra de markt weer wat rustiger wordt.